«

»

aug
22

Serie productie – deel 5; referenties productiemethode

Het vervaardigen van vvUHSB constructies vraagt om specifieke kennis. Om een goed beeld te krijgen van de aandachtspunten bij het vervaardigen van elementen is gekeken naar een referentieproject van een prefabrikant met veel ervaring op dit gebied (ELO Beton Duitsland). Zij maken gebruik van een conventionele betonmixer.

Dit artikel maakt deel uit van de serie; de productiemethode van elementen in vvUHSB. Klik hier voor het hoofdartikel.

Mixen

Bij ELO beton worden de elementen in vvUHSB vroeg in de ochtend gestort [1] . Dit is nodig vanwege de stijgende temperatuur in de loop van de dag. De storttemperatuur wil men zo laag mogelijk houden omdat de warmteontwikkeling van het hydratatie proces ervoor zorgt dat het mengsel vroegtijdig gaat stollen.

De verschillende ingrediënten van het mengsel worden voorafgaand aan het mixen afgemeten en in zakken of emmers bij de mixer geplaatst. Dit is nodig omdat er vanaf het begin van het mixen haast is om het mengsel zo vers mogelijk in de mal te krijgen. Daarnaast is de hoge sterkte van het beton grotendeels afhankelijk van een precieze samenstelling, wat beter afgemeten kan worden zonder tijdsdruk.

De droge mix periode (cement, microsilica, toeslagstoffen) duurt ongeveer 2 tot 3 minuten, gevolgd door de toevoeging van water en superplastificeerder. De navolgende mixperiode duurt ongeveer 3 tot 4 minuten waarbij gekeken wordt naar de vloeibaarheid. Indien noodzakelijk wordt er meer superplastificeerder bij gedaan. Vervolgens worden de vezels via een soort ‘glijbaan’ aan het mengsel toegevoegd. Hierbij schud men de glijbaan zachtjes waardoor de vezels geleidelijk in de mix vallen. Dit voorkomt clustervorming van de vezels (Fig. 1ab). Een belangrijk aandachtspunt is dat tijdens het mengen het mengsel een terugval in vloeibaarheid kan vertonen. Belangrijk is dat hierbij geen extra ingrediënten (zoals plastificeerder) worden toegevoegd, dit verschijnsel verdwijnt vanzelf weer. Tijdens het mixen zal de temperatuur van het beton ongeveer stijgen tot 30 °C.

clustervorming vezels

A; clustervorming door slecht mengen (1) B; stroperige beton mix waar de vezels goed verdeeld zijn (2)

Storten

Nadat het mengsel goed gemixt is wordt het via een glijbaan in een emmer (inhoud 2,0 m3) gegoten en verplaatst naar de bekisting. Vervolgens wordt weer via een glijbaan de mix in de mal gegoten vanaf één zijde, door de zelf verdichtende werking zal het beton zelf zijn weg vinden in de mal (als deze niet al te groot is). Het gebruiken van een glijbaan bij het storten minimaliseert het ontstaan van luchtbellen in het mengsel.
Na het storten wordt het beton nog compacter gemaakt door interne en externe vibraties. Echter is dit theoretisch gezien niet erg handig aangezien hierdoor de gewenste vezeloriëntatie verstoord wordt (zie artikel; vezeloriëntatie).

Nabehandeling

De elementen worden na het storten direct bedekt met plastic folie om uitdroging te voorkomen. Tijdens de eerste 24 uur stijgt de temperatuur tot ongeveer 50 °C. Na 3 dagen is de temperatuur gedaald tot 35 °C. Na 72 uur wordt het element nog eens 3 dagen lang aan een warmtebehandeling blootgesteld. Hierbij worden de elementen opgesloten en blootgesteld aan een temperatuur tot 83 °C (zie artikel; nabehandeling). De temperatuur moet tijdens dit proces nauwkeurig in de gaten gehouden worden omdat bij een te hoge temperatuur het vocht uit het element gaat verdampen wat niet gewenst is.

Na deze behandeling laat men het element een dag afkoelen waarna het gemonteerd kan worden op de uiteindelijke locatie.

Bronnen:

  • Tekst & afbeelding (tenzij anders vermeld): CAE Nederland B.V.
  • [1] U. Goldbach & S. Stehling, “Precasting of UHPC Elements”, Symposium Kassel 2008, ELO Beton, Eichenzell, Duitsland.
  • [2] Dr.-Ing. U. Wiens, 2007, “Sachstandbericht UHFB Druckfassung 2007-05-21”, DAfStb, Duitsland.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.uhsb.nl/?p=597

Geef een reactie